Van Niekerk Cieremans advocaten

Publicaties

P.R. van der Vorst, "De verjaring van het recht op uitkering; onmiddellijke werking van afwijzingsformaliteiten op “oude” aanspraken?", AV&S 2016, 39, afl. 5, p. 198 - 201.

PDF

De Hoge Raad lijkt in zijn arrest van 18 december 2015 een einde te hebben gemaakt aan een overgangsrechtelijk twistpunt ter zake de verzekeringsrechtelijke verjaring. Uit het arrest volgt dat verzekeraars per 1 januari 2006 alle op dat moment reeds lopende claims actief en in overeenstemming met de afwijzingsformaliteiten hadden dienen af te wijzen teneinde de verjaring te kunnen bewerkstelligen. In deze bijdrage betoogt de auteur dat dat oordeel in het licht van het overgangsrecht onjuist is.

M.B.E. Hendriks & E.E. Krikke, ‘Pelotonrijden praktisch belicht; een eerste verkenning van de aansprakelijkheids- en verzekeringsaspecten van pelotonrijden in het vrachtverkeer’, TAV 2016, 4, p. 22 – 27.

PDF

In dit artikel wordt een eerste verkenning gegeven van de implicaties die pelotonrijden voor weggebruikers, transportbedrijven en producenten zal hebben. Een belangrijke conclusie is dat pelotonrijden voortbouwt op reeds gebruikte technieken. Dat betekent echter niet dat er geen enkele verandering optreedt. Het risico van het transportbedrijf verschuift; waar eerst een risico werd gelopen in de vorm van chauffeurs die fouten maken, wordt nu met het invoeren van pelotonrijden het risico van door falende apparatuur veroorzaakte schade groter. Dit risico komt (uiteindelijk) voor rekening van de producent. Deze verschuiving van het aansprakelijkheidsrisico vindt haar weerklank in de verzekering van het transportbedrijf en de producent. Transportbedrijven, producenten en verzekeraars doen er goed aan om de polisvoorwaarden na te slaan op eventuele risicowijzigingsclausules. Zie tevens: http://www.sdujurisprudentie.nl/.

E.J.W.M. van Niekerk, "Hoe onmiddellijk moet onmiddellijk zijn?", Magna Charta Magazine maart 2016, p. 12 - 23.

PDF

Dit jaar bestaat het "nieuwe" verzekeringsrecht tien jaar. Dat is voor Magna Charta aanleiding geweest om in het tienjarig jubileum aandacht te besteden aan baanbrekende arresten in het verzekeringsrecht, nieuw of oud. In dat kader gaat de auteur in op het door de Hoge Raad op 30 november 2007 gewezen arrest inzake Allianz / Staedion. In dat arrest heeft de Hoge Raad invulling gegeven aan het "onmiddellijkheidsvereiste" in het kader van beredding.

P.R. van der Vorst, "Afwijzingsformaliteiten dienen in acht genomen te worden bij opvolgende stuitingen onder de polis", Update VanNiekerkCieremans 17 maart 2016.

PDF

Op 26 februari van dit jaar heeft de Hoge Raad een belangrijk arrest gewezen over de verjaring van het recht op uitkering onder verzekeringspolissen en de vereisten die verzekeraars bij het afwijzen van claims in acht dienen te nemen. In deze update gaat de auteur in op het stuitingsregime, alsmede op de vraag wat dit arrest voor verzekeraars betekent bij het afwijzen van claims.

E.J.W.M. van Niekerk, "Het recht op contra-expertise bekeken vanuit juridisch perspectief", interview in Schademagazine 2015, 6, p. 3 - 7.

PDF

‘(On)duidelijkheid over contra-expertise’. Zo luidde de kop boven een artikel in de vorige (oktober)editie van De Register Expert en boven een persbericht van het NIVRE over het recht op contra-expertise. Geen andere kopregel kan de huidige situatie in (contra)expertiseland beter weergeven, want zowel over het recht op contra-expertise als over een redelijke vergoeding van de expertisekosten bestaat grote onduidelijkheid, zowel binnen als buiten de branche. Reden voor Troostwijk Expertise om Eric van Niekerk, advocaat en partner bij VanNiekerkCieremans in Rotterdam, te vragen om zijn juridische licht te laten schijnen over deze problematiek.

P.R. van der Vorst & J.R. Wildeboer, “Van poeder tot product; de aansprakelijkheidsrisico's van 3D-printen”, TAV 2015, 1, p. 20 – 25.

PDF

De afgelopen jaren is het fenomeen 3D-printen veelvuldig in het nieuws geweest als veelbelovende en disruptieve technologie. Deze techniek stelt ondernemingen (en particulieren) die van oudsher producten bestelden bij toeleveranciers en producenten in staat om zelf (eind)producten of onderdelen te produceren. Dat brengt een verschuiving teweeg van het risico dat inherent aan de fabricage van producten verbonden is. Auteurs brengen met dit artikel de verschuivingen in het aansprakelijkheidslandschap in kaart. Zij bespreken per (bij het printproces betrokken) partij de aan 3D-printen verbonden (niet-conventionele) risico’s en geven daarnaast aanbevelingen voor de praktijk. Ook besteden de auteurs kort aandacht aan de verzekeringstechnische implicaties van dit fenomeen.

E. E. Krikke, “Opschorting en verrekening: twee te onderscheiden vormen van eigenrichting tot zekerheid HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1708 (14-135)”, JutD 2014, 21, p. 17 – 20.

PDF

In deze bijdrage staat het onderscheid tussen opschorting en verrekening centraal. Aan de hand van het arrest van de Hoge Raad van 31 oktober 2014 (ECLI:NL:PHR:2014:1708) wordt uiteengezet dat een overeengekomen verrekeningsverbod niet in de weg staat aan een beroep op opschorting.

P.R. van der Vorst & J.R. Wildeboer, “De BBr 2014; van beperkt regres naar onbeperkt regres en volledige schadevergoeding?”, BJB 2013, 21, p. 224 – 226.

PDF

Per 1 januari 2014 heeft de Bedrijfsregeling Brandregres 2014 (BBr 2014) de (huidige) Bedrijfsregeling Brandregres 2000 vervangen. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste aspecten van de BBr 2014 en enkele implicaties daarvan voor verzekeraars en makelaars/bedrijven. Dit artikel is verschenen in oktober 2013 en gebaseerd op de toentertijd gepubliceerde tekst van de BBr 2014. In die versie werden de in de BBr 2000 neergelegde regresbeperkingen ten aanzien van schadeveroorzakende bedrijven opgeheven. Na het verschijnen van dit artikel is de (uiteindelijke) tekst van de BBr 2014 aangepast. In deze finale versie is - kort gezegd - duidelijk gemaakt dat alleen de regreslimiet van EUR 500.000,-- zou worden opgeheven. Het onder de BBr 2000 geldende vereiste dat de regresnemer "onzorgvuldig handelen" van de veroorzaker dient aan te tonen, is aldus (in de versie van de BBr 2014 zoals die feitelijk is ingevoerd) gehandhaafd.

E. E. Krikke, “Waar voorzorg een rol kan spelen, over de valkuil van nieuwe risico’s en de rol die het voorzorgsbeginsel hierbij kan spelen”, in: W.H. van Boom, M. van Kogelenberg & M.L. Tuil (red.), Boobytraps, instinkers en valkuilen in het burgerlijk recht, Den Haag: Boom juridische uitgevers, 2012 (reeks: Jonge Meesters), p. 24 – 44.

PDF

De producent van producten die nieuwe risico’s met zich meebrengen kan aansprakelijk gehouden worden voor schade voortvloeiend uit niet-kenbare risico’s. Door het voorzorgsbeginsel een rol te laten spelen in bedrijfsrisicoanalyses kan ontkomen worden aan deze onverwachte aansprakelijkheid. Een reguliere risicoanalyse is namelijk ontoereikend indien deze wordt toegepast op nieuwe risico’s, nu bij dergelijke risico’s onzekerheid, ambiguïteit of onwetendheid speelt. Toepassing van het voorzorgsbeginsel kan leiden tot het nemen van herhaalbare maatregelen, welke doelbewust zo zijn geformuleerd dat onderzoek wordt gestimuleerd. Door de rechter een ex ante rol te geven bij het opleggen van verplichtingen aan bedrijven kan daadwerkelijke implementatie van dit voorzorgsbeginsel bewerkstelligd worden. Ook wordt op deze wijze de normatieve vraag of omwille van de technologische vooruitgang onzekere risico’s acceptabel zijn, vooraf beantwoord door de rechter. Potentiële slachtoffers, brancheorganisaties, verzekeraars en de wetgever kunnen een rol spelen bij het stimuleren van een proactieve omgang met onzekerheden.

E. E. Krikke, “De begunstigingsaanwijzing; eenzijdig karakter leidt tot een eenzijdige uitleg”, MvV 2012, 12, p. 345 – 349.

PDF

In deze bijdrage wordt het arrest van 21 september 2012, (ECLI:NL:HR:2012:BW6728) besproken, waarin de Hoge Raad aangeeft dat bij de uitleg van een begunstigingsaanwijzing in een kapitaalverzekering ook verklaringen en gedragingen een rol spelen die niet aan de verzekeraar kenbaar zijn. Een dergelijke uitleg van de overeenkomst wordt gebaseerd op diverse bepalingen van art. 7:967 BW en op het bijzondere karakter van de begunstigingsaanwijzing.

T.L. Cieremans & P.R. van der Vorst, "Vangnet na een kernramp", Bb juni 2011, p. 6 - 7.

PDF

De productie en het gebruik van kernenergie voor vreedzame doeleinden brengen, ondanks de strenge veiligheidseisen, gevaren met zich, bestaande in exceptionele risico's voor mens, dier en milieu. Op zichzelf genomen is dit weinig nieuws. De realiteit van vandaag roept evenwel verschillende vragen op ter zake de (financiële) gevolgen van een kernramp. In dit artikel wordt een kort overzicht gegeven van de wijze waarop (in Nederland) met (een verwezenlijking van) nucleaire risico's moet worden omgegaan vanuit een aansprakelijkheidsperspectief.

P.R. van der Vorst, "Per 1 juli [2011] treedt het nieuwe verjaringsrecht in volle omvang in werking", e-Newsletter 25 mei 2011, p. 1 - 2.

PDF

Vrijdag 1 juli a.s. markeert het einde van het overgangsjaar van het nieuwe artikel 7:942 BW: de verjaring van het recht op uitkering. Dit heeft een aantal gevolgen voor de praktijk. Zo hebben verzekerden en makelaars tot 1 juli 2011 de tijd om oude aanspraken veilig te stellen. Deze nieuwsbrief geeft een kort overzicht van de gevolgen van het einde van het overgangsjaar.

P.R. van der Vorst, “Over schadebeperking door het inroepen van juridische middelen”, JutD 2011, 1, p. 21 - 28.

PDF

Naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad van 23 april 2010 (RvdW 2010, 580) wordt ingegaan op het leerstuk van de schadebeperking. In dit artikel staat de vraag centraal of een schuldenaar een benadeelde kan tegenwerpen dat deze laatste zijn schade ten onrechte niet heeft beperkt door het niet inroepen van een juridisch verweer, bijvoorbeeld door het achterwege laten van een beroep op algemene voorwaarden.

P.R. van der Vorst & E. Dans, "Teleradiologie. Enkele juridische implicaties van een nieuw fenomeen", TvGr 2008, 3, p. 187 - 199.

PDF

Veel afdelingen radiologie staan voor de keuze: de huidige manier van werken continueren of gebruikmaken van een ‘nieuwe’ toepassing op het gebied van de telegeneeskunde: teleradiologie. Teleradiologie – kort gezegd: het laten beoordelen van radiologisch onderzoek buiten het ziekenhuis – wordt reeds op relatief grote schaal toegepast. Het verschijnsel staat echter juridisch gezien nog in de kinderschoenen. De juridische implicaties van teleradiologie zijn in de Nederlandse literatuur nog niet aan bod gekomen, laat staan in de rechtspraak. In dit artikel worden daarom enkele van deze juridische implicaties geïnventariseerd. Daartoe is literatuur- en jurisprudentieonderzoek gedaan en informatie verkregen van een aantal medische wetenschappers en deskundigen uit de praktijk.

E.J.W.M. van Niekerk, "Regresnemers en wettelijke rente. BAM/Winterthur-arrest geeft duidelijkheid.", PIV-Bulletin april 2007, p. 6 - 7.

PDF

Met het BAM/Winterthur-arrest is duidelijkheid gekomen over de vraag of regresnemers in rechte aanspraak kunnen maken op vergoeding van wettelijke rente over de door hen betaalde bedragen, zonder dat die regresnemers de aansprakelijke partij schriftelijk hebben aangemaand.